ASTRONAUTENPAK

Hoe de pornocombinatie van de gehaaste sommelier een hit werd, verhaalt sterrenkok François Geurds naar aanleiding van het zevenjarig bestaan van FG Restaurant.

Zeven is mijn geluksgetal. Dat FG Restaurant nu precies zeven jaar bestaat, dat voelt ook wel als een geluksmoment. Zeven jaar op topniveau meedraaien, da’s geen peulenschil. Veel gloriemomenten gekend, twee Michelinsterren behaald, maar het ging ook wel eens niet van een leien dakje.

Er is een moment geweest dat ik de sommelier achter het behang –in mijn geval achter de metselmuur- heb willen plakken. Drukte greep hij aan als excuus om geen uitleg te geven over de dessertwijn bij de macadamia met vanille-ijs en Masia el Altet extra vierge. ,,Geloof me,’’ sprak hij gehaast tegen de bewuste gast, ,,deze combinatie is gewoon porno.’’ Ik ontplofte. Dit kunstje flik ik mijn gasten niet. Foodporn was destijds nog niet geïntroduceerd als synoniem voor lekker.

Tot overmaat van ramp bleek deze gast een recensent. De pornoquote van de sommelier nam hij letterlijk over in zijn beoordeling. Zeker negen maanden is er geen dag voorbij gegaan dat er niet naar die pornocombinatie is gevraagd. Goedpraten doe ik het nog steeds niet, een sommelier hoort de rust te bewaken en alle gasten die aandacht te geven waarop ze recht hebben, maar achteraf moest ik er stiekem ook wel weer om lachen.

Zeven jaar alweer, time flies when you’re having fun. Het plezier is onverminderd groot. Met diezelfde sommelier heb ik wel eens vastgezeten in de kruipruimte. Van het ene op het andere moment hing er een rioollucht in FG Restaurant. Als ik ergens onpasselijk van word, is het van een rioollucht. Wij daarom gelijk op onderzoek uit. Bleek die stank uit de kruipruimte te komen. Hup naar de bouwmarkt voor zo’n astronautenpak en vervolgens naar de supermarkt voor een doos vol luchtverfrissers – ik had geen flauw idee wat ons daar beneden in dat duistere hol te wachten stond.

Nooit geweten dat ik aan enige vorm van claustrofobie leed totdat ik klem kwam te zitten in die veel te smalle aardedonkere kruipruimte. Ik zag lijkbleek, en dat wil wat zeggen met dat Arubaanse pigment van mij.

Mijn team heeft me eruit getrokken. Letterlijk en figuurlijk. Zonder team hadden de afgelopen zeven jaar er heel anders voor me uitgezien. Dan stond ik onderaan de trap in plaats van op de één na bovenste tree. Ik ben mijn team dankbaar, heel dankbaar. Elke avond opnieuw bij het weggaan bedank ik alle medewerkers. Mocht er wel eens iemand vertrekken zonder afscheidsknuffel, omdat ik bijvoorbeeld ergens mee bezig ben waarbij ik even niet gestoord kan worden, dan zal ik hem of haar diezelfde nacht nog een bedankberichtje appen. Die laatste tree, de zwaarste tree, die gaan we nu met elkaar betreden. Ik heb dan misschien wel een lichte vorm van claustrofobie ik lijd zeker niet aan hoogtevrees, da’s mijn geluk.